Het Bouwcentrum

Oorsprong

Hoewel het Bouwcentrum in de Wederopbouwperiode tot bloei kwam en er een belangrijke rol in vervulde, was dat niet de beoogde bestaansreden van het instituut.
Het Bouwcentrum is voortgekomen vanuit de vlak vóór en tijdens de Tweede Wereldoorlog opgekomen wens om de bouw rationeler, efficiënter en planmatiger te maken. Het decennium vóór de oorlog bestond er bij de overheid en ook binnen de brede bouwwereld nauwelijks belangstelling voor een systematische planning en verbetering van de woningbouw.
Gedurende de oorlogsjaren werd er door de Nederlandse overheid (voor zover dat mogelijk was onder de bezetting) grondige stappen ondernomen om na de bevrijding zo doortastend en gericht mogelijk wederopbouw te kunnen plegen én een structureel woningbouwbeleid uit te zetten. Een aantal prominente vertegenwoordigers vanuit de bouwwereld, waarvan ir.J.J. van der Wal met name genoemd behoort te worden, heeft in die tijd initiatieven ontplooid om binnen die uitdaging het streven naar verdere rationalisatie concreet te maken. Vanaf het prille begin was daar de statisticus ir.J. van Ettinger bij betrokken, die later als hoofddirecteur een centrale, bezielende rol zou spelen bij de ontwikkeling van het Bouwcentrum. Anderen die al vroegtijdig betrokken waren bij deze initiatieven waren o.m. de architecten Van den Broek en Zwiers.

Er ontstonden in die jaren vier stichtingen die de basis vormden van het instituut Bouwcentrum:

  • Stichting Bureau Documentatie Bouwwezen ( BDB )
    Reeds in de oorlogsjaren, in 1943, opgericht met als doel het verzamelen van gegevens over bouwkosten
  • Stichting BOUW
    Weekblad, in 1945 vanuit BDB opgericht om informatie over de bouw in brede zin te kunnen publiceren.
  • Stichting Bouwcentrum
    Gesticht in 1946 met als doel objectieve voorlichting en informatie op het gebied van bouwen te verstrekken, zowel aan bedrijven als aan particulieren.
  • Stichting Ratiobouw
    In 1944 opgericht als bouwtechnisch studie/adviesorgaan vanuit/voor de overheid.

Één instituut

De drie eerstgenoemde stichtingen stonden vanaf hun oprichting onder leiding van Jan van Ettinger, die zodoende de verbindende factor werd die leidde tot de vestiging van het instituut.
Voor Stichting Bouwcentrum werd het “Ronde Gebouw” aan de Diergaardesingel ontworpen en gebouwd, dat eind 1948 is opgeleverd.

In 1952 werd ook stichting Ratiobouw bestuurlijk aan Bouwcentrum verbonden zodat toen alle vier de stichtingen onder één toezichthoudend bestuur kwamen. Begin 1953 werd besloten ze ook fysiek samen onderdak te geven en werd begonnen aan een tweede bouwdeel, aan het Weena. Dat werd in 1955 opgeleverd en de drie tot dan toe Haagse stichtingen verhuisden in december van dat jaar naar Rotterdam.

1955 was het eerste gezamenlijke jaarverslag

Ontwikkeling

Binnen het zo ontstane Bouwcentrum werden steeds meer activiteiten onderzocht en ten uitvoer gebracht -soms tijdelijk- die bijdroegen aan de doelstellingen. Niet onbelangrijk daarbij was de sterke overheidssturing in het wederopbouwprogramma, waarbij het Bouwcentrum als informeel verlengstuk van de overheid vorm en inhoud gaf aan afstemming binnen de bouwnijverheid.

Soms gebeurde dat in projectvorm, maar vaak ook door oprichting van nieuwe instituten, bijvoorbeeld opleidingen, boekhandel, kwaliteitsonderzoek en –certificering, internationale samenwerkingen, sociaal/economisch onderzoek, etcetera.

Door de brede missie, de overheidssteun en de concentratie van deskundigheid werd Bouwcentrum een autoriteit op bouwgebied, voor zowel overheid, bedrijfsleven als particulieren.

Organisatie

Rond 1972, toen Jan van Ettinger als directeur werd opgevolgd door zijn rechterhand Karel de Vries, bestond een Bouwcentrum-organisatie die globaal te beschouwen was als twee hoofdgroepen:

  • Onderzoek (waaronder de werkzaamheden van BDB en Ratiobouw) en
  • Kennisoverdracht (de functies van de oorspronkelijke Stichting Bouwcentrum, alsmede BOUW)

Naast deze twee hoofdgroepen en een aantal overhead-afdelingen bestond Bouwcentrum toen uit een aantal verwante stichtingen/organisaties, die in het Bouwcentrum-complex onderdak vonden. Veel hiervan waren vanuit het instituut opgericht, vaak in samenwerking met overheid en marktpartijen.

Na de verdere uitbreiding van het gebouwencomplex aan Weena/Kruisplein was rond 1970 ruimte ontstaan voor meer huurders, als regel bedrijven met verwantschap aan het bouwbedrijf. Tussen deze bedrijven en de interne afdelingen ontstond een intensieve kennis- en dienstenuitwisseling, wat een zeer dynamische bedrijvigheid opleverde, waar ook veel initiatieven de ruimte kregen.

Keerpunten

Er was zo veel mogelijk omdat de overheid aanvankelijk als belangrijkste opdrachtgever veel financiële middelen beschikbaar stelde vanwege het belang dat gehecht werd aan de kennisontwikkeling van de bouw, vooral ook bij het streven naar efficiency bij de wederopbouw. Hier kwam in de 70-er jaren echter verandering in toen de wederopbouw als voltooid werd beschouwd. Van overheidszijde ging de hand op de knip. Bouwcentrum moest wegen zoeken om de activiteiten veel meer kostendekkend, of liever nog: winstgevend voort te zetten.

Hierbij werd ingezet op profilering van de afzonderlijke ‘producten’ van Bouwcentrum (advies, onderzoek, opleiding, voorlichting), waar de organisatie trachtte zich op in te richten. Dit heeft geleid tot lang voortslepende reorganisatie-trajecten die niet altijd tot succesvolle resultaten leidden.

Om de commerciële aanpak beter van de grond te krijgen werd directeur Karel de Vries in 1983 opgevolgd door een manager ‘van buiten’: Henk (‘H.P.’) Meijer (voorheen Volker Stevin).

Maar ook andere invloeden speelden een rol voor Bouwcentrum:

  • Veranderende inzichten in de aansturing van de bouw: volkshuisvesting werd steeds minder een zaak van de overheid en meer van “de markt” . Doordat Bouwcentrum veel in opdracht of op verzoek van de overheid werkte, moest er dus meer acquisitie ontwikkeld worden om die markt binnen te halen.
  • De opkomst van bouwmarkten stelde particulieren in staat om dicht bij huis uitgebreid materialen te beoordelen, aan te schaffen en zich te laten adviseren. Ook bijvoorbeeld de Vereniging Eigen Huis bediende een flink deel van de particuliere markt. Dit maakte een groot deel van de voorlichtende taken van Bouwcentrum overbodig en de inkomsten hieruit (van exposanten en bezoekers) vielen in hoog tempo weg.

De ontmanteling

Als gevolg van deze ontwikkelingen begon de financiële positie van Bouwcentrum rond 1985 uitzichtloos te worden en er werden drastische maatregelen noodzakelijk. Op 1 september 1985 werd Mike Spanraft als directeur aangesteld, hij vestigde in hoog tempo zijn reputatie als de “slachter van Bouwcentrum”. Hij beëindigde/verkocht onrendabele bedrijfsactiviteiten, maakte de panden te gelde en kocht aan de andere kant bedrijven op waarvan hij dacht dat ze waarde zouden toevoegen. Toen zijn avonturen ook voor zijn managementteam te gortig werden is de Raad van Commissarissen verzocht om zijn ontslag, waar gevolg aan is gegeven.

Hierna hebben enkele interim-directies verder gewerkt aan de ontmanteling van het Bouwcentrum.

Het einde van de overkoepelende organisatie Bouwcentrum kwam op 1 juli 1995, toen Bouwcentrum Beheer BV na fusie opging in PRC Bouwcentrum BV in Bodegraven.

In Rotterdam is vanaf dat moment alleen Bouwcentrum Expo BV zelfstandig verder gegaan, in een groot pand aan de Schiekade. In 2015 eindigde ook deze activiteit.

Globaal gesproken is het met de vier stichtingen bij oprichting van Bouwcentrum als volgt afgelopen:

  • Ratiobouw is (samen met BDB) na de fusie in 1995 met PRC als PRC Bouwcentrum in 2003 overgenomen door Arcadis (vroegere Heidemij).
  • Bouwcentrum, de objectieve voorlichting en informatie op bouwgebied, is met de opheffing van Bouwcentrum Expo in 2015 geëindigd
  • BOUW, het tijdschrift voor de bouw, bestaat na diverse wisselingen van uitgever en titel, nu voort als ArchitectuurNL
  • Bureau Documentatie Bouwwezen, BDB, bestaat nog. Na de 70e verjaardag als stichting is het per 2017 een BV geworden, met een in principe ongewijzigde doelstelling. BDB Bouw(kosten)data is thans gevestigd in Arnhem, als onafhankelijke dochter van Arcadis.